|

Oud-inwoner
van Dieren, Theo van Gessel, inmiddels woonachtig in Doorwerth, bouwt al
vijf jaar lang tot in de minutieuze details het Station van Dieren na
zoals het eruit zag in 1925. Het project kan nog wel een tijdje gaan
duren, maar voor een belangrijk deel heeft de Doorwerthenaar de
uitermate gedetailleerde maquette al af.
Het is zomer, 1925, en op het station in Dieren neemt een fotograaf met
zijn platencamera onder de zwarte doek een foto van het station en de
omgeving. die later heel bekend zal worden bij de plaatselijke
bevolking. Een belangrijke gast is net gearriveerd bij hotel Westhoff en
wordt door de hotelier en zijn personeel verwelkomd. De chauffeur van
een Morris Cowley Saloon reinigt na een lange rit zijn voorruit. Een
landmeter is bezig met de voorbereidende metingen om het emplacement van
De Geldersche volgend jaar volledig op de schop te nemen. Al deze mensen
staan – als bevroren – voor eeuwig stil; ze maken deel uit van het
miniatuurbouwwerk van Theo van Gessel.

Van Gessel heeft al vijftig jaar hobby aan de modelbouw en begon vijf
jaar geleden aan
zijn magnum opus. Alle details, interieur en exterieur, zijn helemaal
zelf gemaakt. De zomer van 1925 is volgens Van Gessel dé periode die
voor een modelbouwer als hem interessant is om na te bouwen, als het
over het stationsomgeving van Dieren gaat. Er gebeurde veel op
treinengebied: “De Nederlandse Spoorwegen beginnen dan gemeengoed te
worden, nieuwere, snellere en zwaardere locomotieven worden ontwikkeld
en de stoomtram beleeft zijn hoogtijdagen, maar de opkomst van het auto-
en busvervoer gloort al aan de horizon. De lange personen- en
goederenstoomtrams van de Geldersche met de Backertjes en Hohenzollern
machines, de proefritten van de eerste benzinemotorrijtuigen mAB 11 en
12, die in 1926 de sneltrams naar Velp en Arnhem gaan rijden, en dat
alles ook nog op het oude uitgebreide emplacement.”
Van Gessel startte met uitgebreid onderzoek. “Het idee is er, je wilt
het spoorse gebeuren
uit je (groot-)vaders tijd in je geboortedorp exact op schaal nabouwen.
Ook omdat veel in de oorlog – het stationsgebouw – verwoest is en er
daarna een grote autoweg naast de spoorlijn werd aangelegd. Archieven
zijn dan het sleutelwoord. Voor mij waren dat het Brabants Archief in
Den Bosch en het Gelders Archief in Arnhem. Daarnaast heb ik veel
gelezen en tijd in bibliotheken doorgebracht om me in te leven in de
zomer van 1925. Helaas kon ik mijn vader niet meer raadplegen, maar één
artikeltje in de Regiobode deed de informatie toestromen.”
De uitwerking van de plannen had toen al vorm
gekregen, mede dankzij de vijftig jaar ervaring die Van Gessel al had
met modelbouwen. “Je moet je mogelijkheden kennen en vooral je
beperkingen. Ik bezit geen grote dure moderne hulpmiddelen zoals autocad
en snijplotters. Eenvoudige materialen en gereedschap en alles in
handwerk, tekenen en snijden, is daarom het credo. Heel af en toe heb ik
wat kant en klare accessoires toegevoegd zoals pas nog bakfietsen en een
veewagen van Artitec.”
“Bijzonder aan mijn maquette, een aspect dat ik in
de modelbouwkunst nog niet veel tegen ben gekomen, is het voorzien van
de meest relevante ge bouwen
van een interieur. Zo hebben de stationsgebouwen, de goederen- en
tramlocloods en het seinhuis een zo waarheidsgetrouw mogelijk interieur
gekregen. Met name de woning van de stationschef is, inclusief baby- en
‘mooie’ kamer, geheel ingericht in de stijl van 1925. Rijden is voor mij
bijzaak, maar de stoomtram zal met ‘Koploper’ digitaal bestuurd gaan
worden. Een keerlus is hiervoor in een schaduwstation ingebouwd en een
interessante dienstregeling is daardoor zeer wel mogelijk. Deze
oplossing zal te zijner tijd ook aan beide zijden van de spoorlijn
gerealiseerd worden zodat de internationale Noord-Duitse boottrein ook
inderdaad door Dieren kan denderen.”
Alle situaties die zijn
uitgebeeld in de maquette zijn door Van Gessel zelf bedacht: “Gebruik je
fantasie en je kunt je uitleven in leuke details, situaties en
gebeurtenissen uit het dagelijkse bestaan en ze zo tot ‘leven’ laten
komen. Terug in de tijd!” |