|
Wandelen in Spankeren
Op
1 mei, een zonnige winderige dag, fietsten mijn vriendin
Coby en ik van Arnhem naar Spankeren. Het was hard
knokken tegen de wind in, maar met een kop koffie en een
voortreffelijke lunch op het terras van De Luchte kwamen
wij weer snel op verhaal. De inleiding door iemand van
de Historische Kring vond binnen plaats. Dit restaurant
lag vroeger al langs de weg van Arnhem naar Zutphen. Bij
deze pleisterplaats werden onder andere de paarden
gewisseld en de poststukken gebracht. ‘s Winters en bij
hoog water in de IJssel was er een alternatieve route,
de zogenaamde Bokkenweg. In 1821 werd de weg van Arnhem
naar Zutphen verhard en was deze alternatieve route niet
meer nodig.
In de naam Spankeren zit het woord `sponke`, wat nat
gebied betekent. Het laatste deel `eren`is een
verbastering van het woord haru en dat betekent
zandheuvel. Spankeren was en is een verhoging in een nat
gebied. Dit deel van het dorp heeft een hoogte van 13
meter boven NAP. Terwijl het gebied hier rond omheen
slechts 8 meter hoog is. Rond 1200 nam de bevolking
steeds meer toe en was er meer vraag naar voedsel. Om
meer te kunnen oogsten was mest nodig en in die tijd
betekende dat heideplaggen vermengd met
schapenuitwerpselen op het land werpen. Om het beheer
van de woeste gronden te regelen werd de Marke
opgericht. Alle bewoners met grond waren hiervan lid en
de bijeenkomsten vonden in het kerkje van Spankeren
plaats.
Tot 1900 was Spankeren nog een deel van de bezittingen
rond de Geldersche Toren. De bewoners hiervan hadden een
eigen grafkelder onder de vloer van dit kerkje. De steen
met de toegang is er nog steeds. Deze grafkelder had ook
een toegang van buiten af en toen de grafkelder vol was
werd er verder op deze plaats buiten tegen de kerkmuur
aan begraven. Tijdens de wandelin g
door het gebied ten noorden van Spankeren vonden wij de
boerderijen met daar tussen in de verhoogde akkers nog
terug. Door het eeuwenlang bemesten is dit gebied wel
een meter opgehoogd ten opzichte van het omringende
land. Dit konden we goed zien als we achter zo’n
verhoogde akker (enk) stonden; in de weilanden erachter
zagen we dan de poten van de koeien niet . Vroeger begon
het woeste onontgonnen gebied ten noorden van de met
bomen omzoomde toegangsweg naar het landgoed De
Bockhorst. Wij zijn tot de aftakking van de Soerensche
beek, de Assenbeek gewandeld. Vroeger voorzag deze beek
dit landgoed van water. De rest van de Soerensche beek
vult nog altijd de grachten rondom de Geldersche Toren
en mondt daarna uit in de IJssel.
Terug bij De Luchte zagen wij ook een deel van de groep
die het gebied van de Geldersche Toren had bezocht en na
nog een drankje op het terras begonnen wij voldaan aan
de terugtocht. Dit keer met een straf windje in de rug.
Marijke Kaaijk
28 mei 2011 |
|